Papers  Andere Publicaties

Papers

2015

DP 33 A bird's eye view on 20 years of tax-benefit reforms in Belgium (enkel Engelse versie) - Decoster, Perelman, Vandelannoote, Vanheukelom & Verbist

Abstract
(Enkel Engelse versie) Belgium has seen major changes in its tax-benefit system over the past twenty years. These changes have, to a large extent, co-determined the evolution of disposable incomes of Belgian households on one hand, and their incentives to work on the other. In this paper we assess equity and efficiency aspects of changes in tax-benefit policies over the full course of 1992-2012. By simulating effects of current and past tax-benefit policies using the microsimulation model MEFISTO-EUROMOD, we summarize the shifts in policy orientation over this period using two summary measures of redistribution and work incentives. Our three main findings are: 1) the changes in the tax-benefit system have to a large extent been pro-poor, and redistribution has been increased; 2) the introduction of an earned income tax credit and the lowering of personal income taxes has contributed to improve work incentives, but this effect was partially eroded by an increase in unemployment benefits since 2000; 3) the results crucially depend on whether one chooses as Ďno policy changeí counterfactual indexation with inflation or indexation with nominal wage growth.

2014

DP32 Integrating VAT into Euromod (English version only) - Decoster, Ochmann & Spiritus

Abstract
(English version only) This paper documents the integration of microsimulation tools for direct taxation, indirect taxation, and social benefits in the context of the European tax and benefit simulator, EUROMOD. Integration has been developed in parallel for two countries: Belgium and Germany. The paper at hand documents the process and presents simulation results for the case of Belgium. An integrated database underlying EUROMOD that contains household-level information on income and consumption is generated. Consumption micro data from the 2009 cross section of the household budget survey for Belgium is used to impute information on spending for durable and non-durable commodities into EU-SILC data, applying regression-based imputation techniques. Engel curves are estimated at the household level for total non-durable spending, expenditures on durable goods, as well as non-durable expenditure share equations. The imputed household spending is then used to simulate the baseline VAT system in EUROMOD, for which we report an incidence analysis. Finally, several arbitrary policy reforms implementing VAT rate uniformity are analyzed with respect to their distributional impact.

DP31 De sociale doelmatigheid van financiŽle tegemoetkomingen voor studenten: kostendekking & verdelingsanalyse van studietoelagen, kinderbijslagen en fiscale voordelen - Bogaerts, Hufkens, Storms, Verbist

Abstract
De federale en regionale overheden helpen de gezinnen om de kosten van studerende kinderen te dragen via het toekennen van fiscale voordelen, de kinderbijslag en een stelsel van school-en studietoelagen. In deze studie gaan we de sociale doelmatigheid van deze financiŽle tegemoetkomingen na. We kijken hiervoor naar twee aspecten. In de eerste plaats onderzoeken we de mate van kostendekking van deze tegemoetkomingen; hierbij maken we een onderscheid tussen studiekosten en leefkosten. Ten tweede bekijken we hoe deze tegemoetkomingen verdeeld zijn over de bevolking en wat hun impact is op armoede. Voor het eerste aspect doen we beroep op ramingen van studieen leefkosten, zoals berekend door het Centrum voor budgetadvies en Ėonderzoek. Voor de verdelingsanalyse maken we gebruik van de microsimulatietechniek, meer specifiek de modellen MEFISTO en MOTYFF. We gebruiken het model MEFISTO om de verdelingsimpact van een aantal alternatieve scenario's te ramen.

DP30 Het gebruik van lastenverlagingen in BelgiŽ en hun impact op het tewerkstellingsniveau - Vandelannoote, Bogaerts

Abstract
In deze paper gaan Vandelannoote en Bogaerts dieper in op het gebruik van lastenverlagingen als beleidsinstrument om het tewerkstellingsniveau te verhogen. In een eerste deel focussen ze op BelgiŽ, gekenmerkt door een relatief laag tewerkstellingsniveau en hoge werkgeverskosten voor arbeid. Het inzetten op lastenverlagingen, enerzijds structureel en anderzijds voor vijf doelgroepen, is in BelgiŽ dan ook een belangrijk instrument van actief arbeidsmarktbeleid. Met de ontwikkeling van Employer MOTYFF hebben de auteurs een instrument ontwikkeld dat de werkgever helpt om op een eenvoudige manier de impact te berekenen van lastenverlagingen op de loonkost van de werknemer. In het tweede deel van de paper laten de auteurs de specifieke Belgische context achter zich en focussen ze zich op de algemene vraag of lastenverlagingen zorgen voor een toename van het tewerkstellingsniveau. Ze tonen aan dat dit afhangt van zowel de vraagzijde als de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Daarnaast hangt de tewerkstellingsimpact van lastenverlagingen af van verschillende factoren. Bij een structurele lastenverlaging kunnen we hoge deadweight en substitutie effecten verwachten. Specifieke lastenverlagingen zijn dan weer mogelijk onderhevig aan lock-in en stigmatisering. Tot slot geven de auteurs aan dat, zelf wanneer de netto-tewerkstellingseffecten van lastenverlagingen beperkt zijn, ze toch ingezet kunnen worden vanuit een gelijkheidsdoelstelling.

2013

DP 29 Hervorming van de Vlaamse Kinderbijslag en Armoedebestrijding: een Simulatie van Alternatieven - Hufkens, Vandelannoote, Van Lancker & Verbist

Abstract
De resultaten van onze simulatieoefeningen tonen bovendien dat er bij het hervormen van het kinderbijslagstelsel rekening moet worden gehouden met minstens twee fundamentele dilemmaís: 1) de grootste impact op het armoederisico van gezinnen met kinderen vinden we bij hervormingen die alle middelen reserveren voor de lage inkomens. Los van de technische capaciteit om het in te voeren en de legitimiteit van dergelijk systeem, leidt dat onvermijdelijk tot een werkloosheidsval. Om daaraan te verhelpen moeten de kinderbijslagen op universele basis worden toegekend; maar 2) een eenvoudig universeel en forfaitair systeem boet onvermijdelijk in aan effectiviteit om de armoede te verminderen en de kosten van kinderen te compenseren. Omdat de rangprogressiviteit in het huidige stelsel voor een noodzakelijke kostendekking zorgt voor grote gezinnen, stijgt bij afschaffing vooral hun armoederisico terwijl de kostendekking voor andere gezinstypes nauwelijks toeneemt. Daarenboven zijn het vooral de hogere inkomensgroepen die hun beschikbaar inkomen zien stijgen. Om daaraan te verhelpen moet er meer ingezet worden op het versterken van de selectiviteit, maar om werkloosheidsvallen te vermijden zal men compensatiemechanismen moeten inbouwen die de overgang naar (meer) werk mogelijk maken zonder meteen de kinderbijslag te verliezen. Dat maakt dan weer komaf met de idee dat een simpel systeem op poten kan worden gezet. Kortom, een hervorming van de kinderbijslag zal dus op een intelligente manier een evenwicht moeten vinden tussen selectiviteit en universaliteit. Onze resultaten wijzen uit dat op korte termijn de middelen doelmatiger kunnen worden ingezet in functie van armoedebestrijding door een relatief eenvoudige verschuiving van de budgetten, mits behoud van de bestaande architectuur. Dit gaat echter gepaard met een verminderde kostendekking van de kinderbijslagen voor gezinnen met hogere inkomens. Dat zijn de fundamentele keuzes waar beleidsmakers voor staan.

DP28 De nieuwe Bijzonder Financieringswet van de 6de Staatshervorming: werden de beloften ingelost? - Decoster, Sas

Abstract
Eťn van de belangrijke componenten van de zesde staatshervorming is de herziening van de Bijzondere Financieringswet. De vraag om die Bijzondere Financieringswet te herzien was vaak gestoeld op heel specifieke gebreken (zoals de ontwikkelingsval) en complexiteiten die volgden uit historische ad hoc aanpassingen van de oorspronkelijke wet uit 1989 (zoals de Lambermont-turbo of de negatieve term). Een grondige schoonmaak was daarom zeker op haar plaats. Anderzijds sloot de Financieringswet in haar architectuur van 1989, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, goed aan bij de aanbevelingen vanuit de economische theorie van begrotingsfederalisme (bekend onder de naam Fiscal Federalism). In die zin was de vraag om de Financieringswet te herzien in essentie een politieke vraag. Daarom kozen we er in deze tekst voor om de nieuwe financieringswet te beoordelen binnen een kader dat kan bogen op een breed gedragen politieke consensus: de ď12 basisprincipes voor de wijziging van de BFWĒ. Die werden immers overeengekomen door alle Ė op dat moment Ė onderhandelende partijen in 2010. Bovendien stroken die principes ook met de voorschriften uit de economische theorie van het federalisme. Binnen dat evaluatiekader worden de principes ťťn voor ťťn getoetst. Is de fiscale autonomie toegenomen? Zo ja, met hoeveel en hoe? Is de responsabilisering toegenomen? En wat met de solidariteit? Leidt die nog steeds tot Ėeen al dan niet vermeende Ė ontwikkelingsval? En zijn ander Ďperverse effectení nu weggegomd? We schetsen ook een beeld van winnaars en verliezers en integreren het in de zomer van 2013 toegevoegde luik betreffende de bijdrage van de gefedereerde entiteiten tot de consolidatie van de gezamelijke overheidsfinanciŽn. We berekenen de effecten met ons simulatiemodel SAFIRE. We besluiten dat de herziening van de Bijzondere Financieringswet is geslaagd. Niet enkel opbasis van de economische theorie van het federalisme, maar ook gegeven de politieke randvoorwaarden die zich vertaalden in de 12 basisprincipes voor de wijziging van de BFW.

DP27 Social Security, Implicit Debt and Inequality: Learning from the Belgian Experience (alleen Engelstalige versie) - Flawinne, Marťchal, Perelman, Tarantchenko

Abstract
Public pension schemes based on the pay-as-you-go principle are unfunded, by construction. In other words, present and future pensioners rely on the promises made by Social Security institutions for the payment of their pensions. This commitment, basically described by a series of rules defining eligibility conditions, benefits computation and pension contributions, is not reported in national account. Neither as part of the public debt to which in fact they belong. In this paper, we estimate the burden of this implicit debt for Belgium using a representative sample with detailed administrative micro-data from pension record files. Moreover, for present and future pensioners the actuarial expected value of pensions is part of their personal wealth, aside from other assets, but is intangible. Feldstein (1974) introduced the concept of social security wealth (SSW) to describe this component of personal wealth, and showed how individualsí behavior, mainly labor supply (retirement) and consumption (wealth accumulation), is potentially affected by pension entitlements. The way SSW is distributed among individuals in the Belgian population is another key issue addressed in this paper.

DP26 Full Childcare Coverage: Higher Maternal Labour Supply and Childcare Usage? - Vanleenhove

Abstract
According to many studies, childcare is an important input for childrenís development but it is also used to free up time for parents to work. However, many households are still confronted with availability constraints in childcare. In the recent past, many governments implemented policy reforms in order to increase the coverage rate of childcare. The empirical part of this paper focuses on the Flemish childcare market and analyzes how maternal labour supply and childcare usage is affected by a new Flemish decree which provides full childcare coverage. This paper adopts a modeling framework for analyzing labour supply developed by Aaberge, Colombino and StrÝm (1999) and Dagsvik (1994). To account for the possible interaction between labour supply and childcare choices the model also treats childcare type as an endogenous variable. The results of the policy reform analysis show that households switch to formal childcare when confronted with higher childcare availability. Total labour supply also increases but these effects are less pronounced as some households also reduce working hours.

DP 25 The Impact of Demographic Change on Policy Indicators and Reforms (enkel engelstalige versie beschikbaar) - De Blander, Schockaert, Decoster, Deboosere

Abstract
In deze paper projecteren we de demografische veranderingen voor de komende twintig jaar, door middel van Lipro-projecties, enerzijds rekening houdend met leeftijf en geslacht, en met het opleidingsniveau anderzijds. Op basis van deze prognoses kunnen we, d.m.v. kalibratie, nieuwe gewichten schatten voor de huishoudens. De toekomstige bevolking wordt benaderd door statistische herweging van de EU-SILC 2008 dataset, een representatieve steekproef van de bevolking in het basisjaar. We gaan uit van een bescheiden reŽle groei van 1%. We onderzoeken de budgettaire en verdelingseffecten van de verkregen demografische en economische evolutie. Het belang van demografische verandering wordt verder geÔllustreerd door zijn invloed op de effecten van een aantal beleidshervormingen.

DP24 Retirement incentives in Belgium: Estimations and simulations using SHARE data (enkel engelstalige versie beschikbaar) - Jousten, Lefebvre

Abstract
Deze paper bestudeert het pensioneringsgedrag van loontrekkenden in BelgiŽ. Het is voor het eerst dat de pensioneringsincentieven waarmee de individuen geconfronteerd worden geanalyseerd worden aan de hand van rijke enquÍtegegevens. Specifiek gebruiken de auteurs de SHARE data om een model ŗ la Stock en Wise (1990) te schatten. Er worden zowel maatstaven voor financiŽle als voor niet-financiŽle prikkels ontwikkeld en de analyse houdt expliciet rekening met de verschillende take-up tarieven van de verschillende mogelijkheden tot vervroegde uittreding over tijd en leeftijd. De resultaten tonen aan dat financiŽme prikkels een sterke rol spelen. Gezondheid en onderwijs zijn eveneens van belang, net als regionale verschillen - zij het dat die laatste een onverwacht effect kent.

DP23 Measuring health care expenditures in Belgium: the at-risk household approach (enkel engelstalige versie beschikbaar) - De Graeve, Van Mechelen, Vandelannoote, De Wilde

Abstract
In deze paper onderzoeken De Graeve en collegaís de impact van ziekte en daarbij horende kosten op de netto inkomenspositie van enkele specifieke typegezinnen in Vlaanderen. De risico gezinstype methode is hierbij gebruikt, een uitbreiding van het standaard simulatie model, waarbij naast het inkomen rekening wordt gehouden met uitgaven voor een aantal (semi)publieke goederen (o.a. voor gezondheidszorg). De focus in onze simulaties ligt op gezinnen met een laag inkomen en met ernstige gezondheidsproblemen. De resultaten tonen dat hun situatie vaak dramatisch is. Dit is in eerste instantie te wijten aan een inadequate inkomensbescherming van diegenen die leven van een vervangingsuitkering of sociale bijstand. De beschouwde (eigen) medische uitgaven zijn over het algemeen relatief beperkt, maar ze komen bovenop niet-medische kosten en moeten betaald worden uit een inkomen dat reeds ontoereikend was.

DP22 Efficiency and equity aspects of energy taxation (enkel engelstalige versie beschikbaar) - Vandyck

Abstract
We combineren een algemeen evenwichtsmodel met een microsimulatie model om de herverdelingseffecten van hogere accijnzen op olie in BelgiŽ te analyseren. Het algemeen evenwichtsmodel is geschikt om zowel vraag- als aanbodzijde van de economie in rekening te brengen, terwijl de microsimulatie een hoge graad van detail op huishoudniveau toevoegt. De link tussen de twee is 'top-down', waarbij veranderingen in prijzen, lonen, uitkeringen, kapitaalopbrengsten en werkgelegenheid per sector worden overgedragen van het geaggregeerde model naar het huishoudniveau. De resultaten geven aan dat beleidsmakers voor een afweging tussen billijkheid en efficientiŽ staan. Waarvoor de extra belastingopbrengsten worden aangewend lijkt van doorslaggevend belang in deze afweging.

DP21 Green tax shift in a federal state: a regional CGE analysis for Belgium (enkel engelstalige versie beschikbaar) - Vandyck, Van Regemorter

Abstract
In deze paper wordt een regionaal algemeen evenwichtsmodel ontwikkeld om de effecten van een groene belastinghervorming te analyseren. Meer bepaald bekijken we een stijging van de accijnzen op minerale olie. De extra opbrengsten van de hogere energiebelastingen worden ofwel uitgekeerd aan de huishoudens, ofwel worden de lasten op arbeid verlaagd, zodat de hervorming budgetneutraal is voor de overheid. We bekijken zowel federale als regionale scenario's. De impact van een federale hervorming varieert sterk tussen de regio's onderling. In zowel het federale als het regionale scenario met lagere arbeidsbelastingen kan de uitstoot van CO2 gereduceerd worden zonder het Belgische BBP te verlagen. Echter, niet alle regio's gaan er op vooruit in termen van productie en werkgelegenheid. Wanneer Vlaanderen unilateraal de groene belastinghervorming doorvoert, worden de winsten of verliezen uitvergroot. Verder bekijken we verticale en horizontale interacties tussen overheden in de Belgische federatie waar regio's sterk verbonden zijn via een gedeelde arbeidsmarkt en goederenmarkt en via publieke financiŽn.

DP20 Measuring Belgium's social investment turn: the at-risk household approach (enkel engelstalige versie beschikbaar) - Van Mechelen, Bogaerts, Schuerman

Abstract
As a consequence of demographic, economic and social changes in the society, during past decades European welfare states witnessed enormous transitions in terms of social policy development. Traditional welfare state policies aimed at Ďpassiveí income protection were complemented with a specific focus on activation, investment in human capital, reconciliation of work and family and elderly care. By using the new approach of Ďat-risk household-type modelingí, we aim to assess whether and to what extent a social investment turn is discernible in Belgiumís social policy since the mid?1980s. The main goal of this new method is to exceed the boundaries of specific policy programmes and schemes targeted at the working age population, and to measure the combined effects of policies in the fields of social security, social assistance, taxation, wages, social services, leave schemes and other welfare-related areas (e.g. schooling) on the income protection and services available to households that are confronted with a specific traditional or new social risk (Van Mechelen, 2011). This paper will focus on three at-risk-household-types: 1) early school leavers; 2) elderly people; and 3) lone parenthood. From the results, it can be concluded that Belgium was to a considerable extent on the path to social investment. The shift from passive cash payments to more activating and employment-related services and measures is most pronounced when looking at the case of the lone parent that aims to reduce working hours and the long-term unemployed elderly couple.

DP19 Supplementary financial support by local welfare agencies and inactivity traps (enkel engelstalige versie beschikbaar) - Van Mechelen, Bogaerts, Vandelannoote

Abstract
Cross-national comparative studies have shown that the gap between social assistance benefits and full time minimum wages is relatively large in Belgium. In the neighbouring countries social assistance appears to be much closer to the minimum wage. However, most comparative studies are in a sense flawed because they only take account of the statutory amounts of social assistance benefits, not of the additional cash benefits that social assistance claimants often receive. In this paper we investigate the impact of supplementary cash benefits on both the size of inactivity traps and the adequacy of social assistance benefit packages in Belgium. We draw on model family simulations and take into account cash supplementary benefits using two tools that have been deliberately designed to support social workers and local welfare offices when deciding on supplementary welfare allowances: one model developed and promoted by the association of Flemish cities and municipalities (VVSG) and a second model (called REMI) produced by the ďThomas More KempenĒ (TMK) and based on the reference budgets developed at the TMK.

DP18 Arbeidsparticipatie van moeders: de impact van de drievoudige rantsoenering in de kinderopvang in Vlaanderen - Vandelannoote, Vanleenhove, Decoster, Ghysels, Verbist

Abstract
In deze paper analyseren we hoe het arbeid van aanbod beÔnvloed wordt door de prijs en beschikbaarheid van kinderopvang. De studie richt zich op kinderopvang in Vlaanderen, een markt die gekenmerkt wordt door een grote vraag en gebruik van kinderopvang, een breed spectrum van prijsstelsels en aanbieders, en een hoge mate van overheidscontrole op vlak van kwaliteit.

2012

Wie draagt de last van een BTW-verhoging? - Decoster, Spiritus

Abstract
Aan de hand van het microsimulatiemodel Mefisto berekenen we voor een representatief staal van de bevolking hoeveel meer BTW door elk gezin betaald zou worden in een aantal scenario's voor een BTW verhoging. We weerleggen daarbij de veronderstelling dat de BTW, in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de personenbelasting, een weinig progressieve tariefstructuur kent, en dus dat gebruik van het BTW-instrument om meer middelen te verzamelen, sowieso asociaal is.

DP16 Kinderbijslagen en armoede: kan de Zesde Staatshervorming het immobilisme doorbreken? - Cantillon, Van Lancker, Goedemť, Verbist & Salanauskaite

Abstract

DP15 Simulaties van huursubsidies voor gezinnen in Vlaanderen. Een verdelingsanalyse - Vanhille, Verbist

Abstract
Housing policies, both in the form of cash benefits and of social housing, can have a considerable impact on the income position of households. In order to evaluate their effectiveness in Flanders, we use the microsimulation technique. We first compare the distributive pattern and poverty effect of the in-kind benefit of social housing to that of cash housing allowances for tenants (via an existing small system of rent subsidies) and owners (via the tax treatment of home ownership). For this purpose, we estimate the value of imputed rent of social housing through a regression-based opportunity cost approach. Next, we evaluate alternative policies by simulating them in a microsimulation tax-benefit model. We consider two means tested housing benefits, which are much more substantial in terms of size than current cash benefits for tenants. We assess the poverty impact and distributive effects, and investigate how the structure of the population (and especially the distribution of tenure status) affects the results. To make these alternative housing benefits revenue neutral, we change the tax treatment of homeowners, by reducing the tax relief for mortgage interest payments.

DP14 Een nieuw microsimulatie model - Decancq, Decoster, Spiritus, Verbist

Abstract
In dit artikel introduceren we de structuur, de mogelijkheden en de beperkingen van de eerste versie van het microsimulatiemodel MEFISTO. We illustreren het gebruik en de gebruiksvriendelijkheid door te tonen hoe beleidshervormingen gemakkelijk kunnen worden geÔmplementeerd en we tonen hoe de resultaten dienen te worden geÔnterpreteerd. We besluiten het artikel met een vooruitzicht van de richtingen waarin het model verder zal worden ontwikkeld.

DP13 InefficiŽnties in regionaal pendelbeleid (Engelstalig) - Stef Proost & Toon Vandyck

Abstract
In deze paper ontwikkelen we een klein theoretisch model dat nuttig is voor de analyse van pendelarbeid tussen een productievere en een minder productieve regio. Beide regio's kunnen pendelaars belasten of subsidiŽren en kunnen de pendelstroom beÔnvloeden door investeringen in transportinfrastructuur. We tonen aan hoe strategisch gedrag van regionale overheden tot stand kan komen en kan leiden tot onderinvestering in interregionale transportinfrastructuur. Dit resultaat kan ook bekomen worden in een situatie met agglomeratievoordelen en congestie. Een numerisch voorbeeld past de theoretische inzichten toe op pendelen in BelgiŽ.

DP12: Snapshots van onze toekomstige gezinnen. Een bevolkingsprognose volgens positie van het huishouden voor Vlaanderen (Engelstalig) - Schockaert, Surkyn

Abstract
The paper describes the methodology and preliminary results of the Flemosi Population Projection by Household Position for Flanders. Using a ďmulti-stateĒ population projection model, we specify the population composition by age, sex and 12 household positions for each five-year period between 2011 and 2031.

DP11 Kinderopvang: thuis of buitenshuis? Uitwisselen van beleid tussen drie Europese landen (Engelstalig) - Vanhille, Ghysels, Verbist

Abstract
Over the past decades, social protection systems in Western welfare states have designed new ways to facilitate the reconciliation of work and family life. Often, the new measures were added to existing family policies and family-dependent taxation rules. This has led to heterogeneous policy mixes relating to caring for children, ranging from support of the working mother (e.g. subsidies for child care) to measures that are aimed at compensating parents for self-provided care efforts (e.g. home-care benefits). This heterogeneity entails complex incentive structures that are not a priori clear. Also, the different policy options are far from distributionally neutral. In this paper, we use EUROMOD to model the policy measures of both types (work support and home care support) in place in three European welfare states with very distinct care policy systems: Finland, Belgium and Germany. Using microsimulation techniques we introduce the Finnish policy set in Belgium and Germany. The distributional consequences of the ďFinnishĒ allocation of public expenditures for the Belgian and German families and children are investigated. We also try to provide insight into the difference in incentive structure across these three countries.

DP10 Opgebouwde pensioenrechten in BelgiŽ: microsimulatie van hervormingen (Engelstalig) - Jousten, Perelman, Sigismondi, Tarantchenko

Abstract
We simulate different reform scenarios of the Belgian pension system using a microsimulation approach. Using a rich administrative dataset with extensive information on individual earnings histories, we evaluate the impact of the scenarios for the individuals as well as the system as a whole. Our main metric for these analysis is the notion of accrued to date pension rights, i.e. the pensions rights that would be due if the system were shut down today and all accrued rights under current legislation were honored. Our analysis illustrates that that partial reforms have limited effects, both in distributional and in fiscal terms. To achieve more substantial effects, a more comprehensive approach is needed. Regional differences within the country are mostly due to differences in regional GDP rather than the pension system itself.

2011

DP 9 Generational accounting in Belgium: fiscal sustainability at a glance (English version only) - Decoster, Flawinne & Vanleenhove

Abstract
(English abstract only) This paper uses generational accounts as an instrument to analyse the fiscal long term sustainability of Belgian public finances. Age-profiles of detailed tax and expenditure categories are derived from microdata and microsimulation models, and then plugged into a long run demographic projection. We assess fiscal sustainability under current fiscal and budgetary policy for the baseyear 2010, and perform simulations of counterfactuals to determine the most important factors of the long run unsustainability.

DP8 Subsidies voor gelijke onderwijskansen - Ooghe

Abstract
Sinds 2002 voorziet het Vlaamse 'Gelijke Onderwijs Kansen (GOK)'-decreet extra middelen voor scholen in functie van het aantal kansarme leerlingen. In deze studie schatten we de cognitieve impact van de GOK-financiering. In het algemeen vinden we positieve effecten voor wiskunde, lezen en spelling, maar de impact is enkel significant voor spelling. De effecten zijn (1) groter voor GOK-leerlingen en leerlingen met lagere socio-economische status, (2) kleiner - of minder betrouwbaar - voor leerlingen die initieel zwak presteren, en (3) groter in scholen die de extra middelen hebben aangewend om de socio-emotionele ontwikkeling van haar leerlingen te bevorderen.

DP7 Invoering zorgtijduitkering - Ghysels, Verbist, Vanhille

Abstract
Deze paper onderzoekt de invoering van een ďzorgtijduitkeringĒ om de zorg voor kinderen te ondersteunen. De zorgtijduitkering is een onvoorwaardelijke uitkering gebaseerd op de effectieve tijd die ďgemiddeldeĒ ouders aan kinderzorg besteden. De resultaten geven aan dat de uitkering een aanzienlijke monetaire verbetering inhoudt voor thuiszorgers met jonge kinderen en dat kostwinnersgezinnen zonder kinderen verliezen bij de invoering van dit systeem, al stijgt hun armoederisico nauwelijks. Grote vooruitgang betekent de maatregel dan weer voor alleenstaande ouders, wiens armoederisico met een kwart afneemt.

DP6 Non-take up Leefloon - Bouckaert, Schokkaert

Abstract
De auteurs maken een eerste inschatting van het niet-opname (non take-up) gedrag van het leefloon, dit wil zeggen het Belgische gegarandeerde inkomensschema voor individuen tussen 18 en 65 jaar. De non take-up is aanzienlijk met een percentage tussen 57% en 78% van de rechthebbenden. De cijfers moeten wel voorzichtig geÔnterpreteerd worden. De potentiŽle beslissingsbevoegdheid van de lokale sociale dienst bij de toekenningsprocedure en gegevensproblemen beperken de precisie van de resultaten. Toch blijkt uit deze studie dat non-take up gedrag een belangrijk sociaal fenomeen is dat in elk Vlaams microsimulatiemodel aan bod moet komen.

DP5 Ex ante evaluatie Vlaamse Jobkorting - Decoster, De Swerdt, Vanleenhove

Abstract
Deze paper gebruikt het nieuwe model MEFISTO om de effecten van de Vlaamse Jobkorting te evalueren. Daaruit blijkt dat de Jobkorting niet activerend werkt. Volgens het model neemt het arbeidsaanbod niet noemenswaardig toe door een invoering van de Jobkorting en zijn er bijgevolg geen terugverdieneffecten. Enkel een veel genereuzere, maar dan ook peperdure (meer dan 2 miljard Ä), Jobkorting zou mensen er kunnen toe aanzetten meer te werken. Maar ook dan blijft het terugverdieneffect beperkt tot 9% van de initiŽle kost.

DP4 Financieringswet voor Dummies - Decoster, Sas

Abstract
Het politieke belang van de Bijzondere Financieringswet (BFW) wekt gaandeweg steeds meer publieke interesse op. Heel veel mensen tonen niet alleen interesse in die Bijzondere Financieringswet maar willen terecht mee discussiŽren over problemen en voorgestelde oplossingen. Met deze paper proberen de auteurs aan die nood tegemoet te komen door de BFW op verstaanbare wijze uit te leggen. Eerst bespreken ze hoe de huidige BFW er uitziet. Dan overlopen ze de problemen, om daarna te eindigen met een schets van oplossingen die op dit moment worden voorgesteld.

2010

DP3 Verdelingsanalyse gezinsbeleid - Ghysels, Van Lancker

Abstract
Gezinsbeleid is een onderzoeksveld waar de toenemende aandacht voor betaalde tewerkstelling in de laatste decennia duidelijk naar voor is gekomen. Tijdens de twintigste eeuw waren de meeste beleidsmaatregelen inkomensgeoriŽnteerd, zonder activeringselementen. In de laatste decennia van de twintigste eeuw werden deze passieve maatregelen aangevuld met maatregelen om werk en gezin met elkaar te verzoenen. De toenemende interesse voor nieuwe en meer actieve beleidsmaatregelen voor gezinnen leidt tot enige bezorgdheid over de verdeling van deze uitkeringen. Als het sociaal beleid zich meer en meer richt op families met tweeverdieners en andere categorieŽn minder aan bod komen, leidt deze nieuwe oriŽntatie dan niet tot een verlies aan herverdelingsmacht voor de welvaartsstaat? In deze paper willen we deze vraag beantwoorden op twee manieren. Ten eerste illustreren we het ongelijke gebruik van verschillende gezinsbeleidsmaatregelen. We focussen daarbij op het gebruik van kinderopvang en vullen de vergelijking tussen landen aan met een kort cijferoverzicht over ouderschapsverlof en kinderbijslag. Ten tweede ontwikkelen we een gedetailleerde analyse voor Vlaanderen, om zo ten volle de interactie tussen gezinsmaatregelen en het verdelingseffect te begrijpen.

DP2 Verruiming inkomensconcept - Salanauskaite, Verbist

Abstract
In de meeste empirische studies beperkt de analyse van de inkomensverdeling zich tot het concept van het huidige beschikbare cash-inkomen. Vanuit een welvaartsperspectief bepalen echter alle economische "resources", waarover een huishouden, beschikt zijn welvaartsniveau. Bovendien zijn niet-geldelijke hulpbronnen, net als cash-hulpbronnen, belangrijke economische ondersteuningsmaatregelen voor huishoudens. Het uitbreiden van de definitie van economische "resources" van huidig beschikbaar inkomen (de som van het marktinkomen en cashtransfers verminderd met directe belastingen en socialezekerheidsbijdragen) naar de inclusie van niet-geldelijke "resources" is dus een belangrijke stap naar een betere meting van de economische welvaart van huishoudens. In deze paper focussen we op de inclusie van de waarde van publieke diensten in het inkomensconcept.

DP1 Toegerekende huur - Verbist, Vanhille

Abstract
In deze paper verbreden we de nauwe definitie van economische "resources", namelijk het concept van huidig beschikbaar inkomen (de som van het marktinkomen en cash-transfers verminderd met directe belastingen en socialezekerheidsbijdragen), door de inclusie van de "toegerekende" huur ("imputed rent"). We geven een overzicht van de verschillende technieken om de "toegerekende" huur te berekenen voor Vlaanderen en BelgiŽ, gebaseerd op de methodologie van Frick & Grabka (2003). Vervolgens passen we de benadering toe van de opportuniteitskosten. De berekeningen gebeuren op de EU-SILC data van het jaar 2008 (met inkomensdata van 2007). Deze schattingen laten ons toe om het verdelingseffect te analyseren van de opname van "toegerekende" huur in het inkomensconcept.