Papers  Andere Publicaties

Papers

2013

DP18 Arbeidsparticipatie van moeders: de impact van de drievoudige rantsoenering in de kinderopvang in Vlaanderen - Vandelannoote, Vanleenhove, Decoster, Ghysels, Verbist

Abstract
In deze paper analyseren we hoe het arbeid van aanbod beïnvloed wordt door de prijs en beschikbaarheid van kinderopvang. De studie richt zich op kinderopvang in Vlaanderen, een markt die gekenmerkt wordt door een grote vraag en gebruik van kinderopvang, een breed spectrum van prijsstelsels en aanbieders, en een hoge mate van overheidscontrole op vlak van kwaliteit.

2012

Wie draagt de last van een BTW-verhoging? - Decoster, Spiritus

Abstract
Aan de hand van het microsimulatiemodel Mefisto berekenen we voor een representatief staal van de bevolking hoeveel meer BTW door elk gezin betaald zou worden in een aantal scenario's voor een BTW verhoging. We weerleggen daarbij de veronderstelling dat de BTW, in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de personenbelasting, een weinig progressieve tariefstructuur kent, en dus dat gebruik van het BTW-instrument om meer middelen te verzamelen, sowieso asociaal is.

DP16 Kinderbijslagen en armoede: kan de Zesde Staatshervorming het immobilisme doorbreken? - Cantillon, Van Lancker, Goedemé, Verbist & Salanauskaite

Abstract

DP15 Simulaties van huursubsidies voor gezinnen in Vlaanderen. Een verdelingsanalyse - Vanhille, Verbist

Abstract
Housing policies, both in the form of cash benefits and of social housing, can have a considerable impact on the income position of households. In order to evaluate their effectiveness in Flanders, we use the microsimulation technique. We first compare the distributive pattern and poverty effect of the in-kind benefit of social housing to that of cash housing allowances for tenants (via an existing small system of rent subsidies) and owners (via the tax treatment of home ownership). For this purpose, we estimate the value of imputed rent of social housing through a regression-based opportunity cost approach. Next, we evaluate alternative policies by simulating them in a microsimulation tax-benefit model. We consider two means tested housing benefits, which are much more substantial in terms of size than current cash benefits for tenants. We assess the poverty impact and distributive effects, and investigate how the structure of the population (and especially the distribution of tenure status) affects the results. To make these alternative housing benefits revenue neutral, we change the tax treatment of homeowners, by reducing the tax relief for mortgage interest payments.

DP14 Een nieuw microsimulatie model - Decancq, Decoster, Spiritus, Verbist

Abstract
In dit artikel introduceren we de structuur, de mogelijkheden en de beperkingen van de eerste versie van het microsimulatiemodel MEFISTO. We illustreren het gebruik en de gebruiksvriendelijkheid door te tonen hoe beleidshervormingen gemakkelijk kunnen worden geïmplementeerd en we tonen hoe de resultaten dienen te worden geïnterpreteerd. We besluiten het artikel met een vooruitzicht van de richtingen waarin het model verder zal worden ontwikkeld.

DP13 Inefficiënties in regionaal pendelbeleid (Engelstalig) - Stef Proost & Toon Vandyck

Abstract
In deze paper ontwikkelen we een klein theoretisch model dat nuttig is voor de analyse van pendelarbeid tussen een productievere en een minder productieve regio. Beide regio's kunnen pendelaars belasten of subsidiëren en kunnen de pendelstroom beïnvloeden door investeringen in transportinfrastructuur. We tonen aan hoe strategisch gedrag van regionale overheden tot stand kan komen en kan leiden tot onderinvestering in interregionale transportinfrastructuur. Dit resultaat kan ook bekomen worden in een situatie met agglomeratievoordelen en congestie. Een numerisch voorbeeld past de theoretische inzichten toe op pendelen in België.

DP12: Snapshots van onze toekomstige gezinnen. Een bevolkingsprognose volgens positie van het huishouden voor Vlaanderen (Engelstalig) - Schockaert, Surkyn

Abstract
The paper describes the methodology and preliminary results of the Flemosi Population Projection by Household Position for Flanders. Using a “multi-state” population projection model, we specify the population composition by age, sex and 12 household positions for each five-year period between 2011 and 2031.

DP11 Kinderopvang: thuis of buitenshuis? Uitwisselen van beleid tussen drie Europese landen (Engelstalig) - Vanhille, Ghysels, Verbist

Abstract
Over the past decades, social protection systems in Western welfare states have designed new ways to facilitate the reconciliation of work and family life. Often, the new measures were added to existing family policies and family-dependent taxation rules. This has led to heterogeneous policy mixes relating to caring for children, ranging from support of the working mother (e.g. subsidies for child care) to measures that are aimed at compensating parents for self-provided care efforts (e.g. home-care benefits). This heterogeneity entails complex incentive structures that are not a priori clear. Also, the different policy options are far from distributionally neutral. In this paper, we use EUROMOD to model the policy measures of both types (work support and home care support) in place in three European welfare states with very distinct care policy systems: Finland, Belgium and Germany. Using microsimulation techniques we introduce the Finnish policy set in Belgium and Germany. The distributional consequences of the “Finnish” allocation of public expenditures for the Belgian and German families and children are investigated. We also try to provide insight into the difference in incentive structure across these three countries.

DP10 Opgebouwde pensioenrechten in België: microsimulatie van hervormingen (Engelstalig) - Jousten, Perelman, Sigismondi, Tarantchenko

Abstract
We simulate different reform scenarios of the Belgian pension system using a microsimulation approach. Using a rich administrative dataset with extensive information on individual earnings histories, we evaluate the impact of the scenarios for the individuals as well as the system as a whole. Our main metric for these analysis is the notion of accrued to date pension rights, i.e. the pensions rights that would be due if the system were shut down today and all accrued rights under current legislation were honored. Our analysis illustrates that that partial reforms have limited effects, both in distributional and in fiscal terms. To achieve more substantial effects, a more comprehensive approach is needed. Regional differences within the country are mostly due to differences in regional GDP rather than the pension system itself.

2011

DP9 Generational accounting in België: houdbaarheid van de begroting in een oogopslag - Decoster, Flawinne, Vanleenhove

Abstract
Deze paper gebruikt generatierekeningen als instrument om de budgettaire duurzaamheid van de Belgische openbare financiën op lange termijn te analyseren. Leeftijdsprofielen van gedetailleerde belasting- en uitgavencategorieën worden afgeleid uit microgegevens en microsimulatiemodellen, en worden gekoppeld aan een demografische projectie op lange termijn. We beoordelen de houdbaarheid van het huidige fiscale en budgettaire beleid voor basisjaar 2010 en simuleren counterfactuals om de belangrijkste factoren van het gebrek aan duurzaamheid op lange termijn vast te stellen. De oefening met generatierekeningen toont aan dat de budgettaire situatie in België onhoudbaar is op lange termijn. In tegenstelling tot wat vaak naar voren wordt gebracht in het publieke debat, speelt het huidige niveau van expliciete schuld een beperkte rol in het verklaren van dit probleem. De vergrijzing van de bevolking en de daarmee samenhangende toename van de leeftijdsgebonden uitgaven zijn de belangrijkste oorzaken van het budgettaire onevenwicht op lange termijn en van de hoge impliciete schuld. We analyseren de generatie-effecten van verschillende budgettaire instrumenten en uitgavenverminderingen om terug te keren naar een duurzame situatie, en ontrafelen de generatierekeningen voor de drie gewesten afzonderlijk. Hoewel het budgettaire onevenwichtig het grootst is in Wallonië als gevolg van een lagere participatiegraad en een hogere werkloosheid, hebben de verwachte demografische ontwikkelingen, meer specifiek de vergrijzing van de bevolking, grotere budgettaire gevolgen in Vlaanderen.

DP8 Subsidies voor gelijke onderwijskansen - Ooghe

Abstract
Sinds 2002 voorziet het Vlaamse 'Gelijke Onderwijs Kansen (GOK)'-decreet extra middelen voor scholen in functie van het aantal kansarme leerlingen. In deze studie schatten we de cognitieve impact van de GOK-financiering. In het algemeen vinden we positieve effecten voor wiskunde, lezen en spelling, maar de impact is enkel significant voor spelling. De effecten zijn (1) groter voor GOK-leerlingen en leerlingen met lagere socio-economische status, (2) kleiner - of minder betrouwbaar - voor leerlingen die initieel zwak presteren, en (3) groter in scholen die de extra middelen hebben aangewend om de socio-emotionele ontwikkeling van haar leerlingen te bevorderen.

DP7 Invoering zorgtijduitkering - Ghysels, Verbist, Vanhille

Abstract
Deze paper onderzoekt de invoering van een “zorgtijduitkering” om de zorg voor kinderen te ondersteunen. De zorgtijduitkering is een onvoorwaardelijke uitkering gebaseerd op de effectieve tijd die “gemiddelde” ouders aan kinderzorg besteden. De resultaten geven aan dat de uitkering een aanzienlijke monetaire verbetering inhoudt voor thuiszorgers met jonge kinderen en dat kostwinnersgezinnen zonder kinderen verliezen bij de invoering van dit systeem, al stijgt hun armoederisico nauwelijks. Grote vooruitgang betekent de maatregel dan weer voor alleenstaande ouders, wiens armoederisico met een kwart afneemt.

DP6 Non-take up Leefloon - Bouckaert, Schokkaert

Abstract
De auteurs maken een eerste inschatting van het niet-opname (non take-up) gedrag van het leefloon, dit wil zeggen het Belgische gegarandeerde inkomensschema voor individuen tussen 18 en 65 jaar. De non take-up is aanzienlijk met een percentage tussen 57% en 78% van de rechthebbenden. De cijfers moeten wel voorzichtig geïnterpreteerd worden. De potentiële beslissingsbevoegdheid van de lokale sociale dienst bij de toekenningsprocedure en gegevensproblemen beperken de precisie van de resultaten. Toch blijkt uit deze studie dat non-take up gedrag een belangrijk sociaal fenomeen is dat in elk Vlaams microsimulatiemodel aan bod moet komen.

DP5 Ex ante evaluatie Vlaamse Jobkorting - Decoster, De Swerdt, Vanleenhove

Abstract
Deze paper gebruikt het nieuwe model MEFISTO om de effecten van de Vlaamse Jobkorting te evalueren. Daaruit blijkt dat de Jobkorting niet activerend werkt. Volgens het model neemt het arbeidsaanbod niet noemenswaardig toe door een invoering van de Jobkorting en zijn er bijgevolg geen terugverdieneffecten. Enkel een veel genereuzere, maar dan ook peperdure (meer dan 2 miljard €), Jobkorting zou mensen er kunnen toe aanzetten meer te werken. Maar ook dan blijft het terugverdieneffect beperkt tot 9% van de initiële kost.

DP4 Financieringswet voor Dummies - Decoster, Sas

Abstract
Het politieke belang van de Bijzondere Financieringswet (BFW) wekt gaandeweg steeds meer publieke interesse op. Heel veel mensen tonen niet alleen interesse in die Bijzondere Financieringswet maar willen terecht mee discussiëren over problemen en voorgestelde oplossingen. Met deze paper proberen de auteurs aan die nood tegemoet te komen door de BFW op verstaanbare wijze uit te leggen. Eerst bespreken ze hoe de huidige BFW er uitziet. Dan overlopen ze de problemen, om daarna te eindigen met een schets van oplossingen die op dit moment worden voorgesteld.

2010

DP3 Verdelingsanalyse gezinsbeleid - Ghysels, Van Lancker

Abstract
Gezinsbeleid is een onderzoeksveld waar de toenemende aandacht voor betaalde tewerkstelling in de laatste decennia duidelijk naar voor is gekomen. Tijdens de twintigste eeuw waren de meeste beleidsmaatregelen inkomensgeoriënteerd, zonder activeringselementen. In de laatste decennia van de twintigste eeuw werden deze passieve maatregelen aangevuld met maatregelen om werk en gezin met elkaar te verzoenen. De toenemende interesse voor nieuwe en meer actieve beleidsmaatregelen voor gezinnen leidt tot enige bezorgdheid over de verdeling van deze uitkeringen. Als het sociaal beleid zich meer en meer richt op families met tweeverdieners en andere categorieën minder aan bod komen, leidt deze nieuwe oriëntatie dan niet tot een verlies aan herverdelingsmacht voor de welvaartsstaat? In deze paper willen we deze vraag beantwoorden op twee manieren. Ten eerste illustreren we het ongelijke gebruik van verschillende gezinsbeleidsmaatregelen. We focussen daarbij op het gebruik van kinderopvang en vullen de vergelijking tussen landen aan met een kort cijferoverzicht over ouderschapsverlof en kinderbijslag. Ten tweede ontwikkelen we een gedetailleerde analyse voor Vlaanderen, om zo ten volle de interactie tussen gezinsmaatregelen en het verdelingseffect te begrijpen.

DP2 Verruiming inkomensconcept - Salanauskaite, Verbist

Abstract
In de meeste empirische studies beperkt de analyse van de inkomensverdeling zich tot het concept van het huidige beschikbare cash-inkomen. Vanuit een welvaartsperspectief bepalen echter alle economische "resources", waarover een huishouden, beschikt zijn welvaartsniveau. Bovendien zijn niet-geldelijke hulpbronnen, net als cash-hulpbronnen, belangrijke economische ondersteuningsmaatregelen voor huishoudens. Het uitbreiden van de definitie van economische "resources" van huidig beschikbaar inkomen (de som van het marktinkomen en cashtransfers verminderd met directe belastingen en socialezekerheidsbijdragen) naar de inclusie van niet-geldelijke "resources" is dus een belangrijke stap naar een betere meting van de economische welvaart van huishoudens. In deze paper focussen we op de inclusie van de waarde van publieke diensten in het inkomensconcept.

DP1 Toegerekende huur - Verbist, Vanhille

Abstract
In deze paper verbreden we de nauwe definitie van economische "resources", namelijk het concept van huidig beschikbaar inkomen (de som van het marktinkomen en cash-transfers verminderd met directe belastingen en socialezekerheidsbijdragen), door de inclusie van de "toegerekende" huur ("imputed rent"). We geven een overzicht van de verschillende technieken om de "toegerekende" huur te berekenen voor Vlaanderen en België, gebaseerd op de methodologie van Frick & Grabka (2003). Vervolgens passen we de benadering toe van de opportuniteitskosten. De berekeningen gebeuren op de EU-SILC data van het jaar 2008 (met inkomensdata van 2007). Deze schattingen laten ons toe om het verdelingseffect te analyseren van de opname van "toegerekende" huur in het inkomensconcept.